Een beetje stress zou zorgen voor meer bloembollen

Een beetje stress zou zorgen voor meer bloembollen

Bloembollen krijgen nageslacht door groeipunten tussen de bolrokken. Hoe beter die bolrokken en groeipunten erin slagen goede minibollen te produceren, hoe meer bollen een kweker kan oogsten. De Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research onderzoekt of narcis en amaryllis meer levensvatbare minibollen krijgen als gevolg van stress, en of in tulp een kleine hoeveelheid ethyleen hetzelfde effect heeft.


Bollen zijn verkorte planten met gespecialiseerde bolrokken, die dienstdoen als primair opslagweefsel. Die bolrokken zijn het beste te omschrijven als verdikte bladeren waarin voeding wordt opgeslagen. De bolrokken spelen ook een belangrijke rol bij de vermeerdering. Zo worden bij narcis en amaryllis de bollen in stukjes gesneden: daardoor groeien in de oksels van de bolrokken nieuwe minibollen.

De WUR onderzoekt of op een duurzame manier de vermeerdering van deze bollen te optimaliseren is. Een stressbehandeling zou daarvoor helpen. Bij sommige organismen zorgt een klein beetje stress voor weefsel- of orgaanregeneratie. Zo krijgt een hagedis door weefselstress een nieuwe staart (als de oude is afgebroken).

In een bloembol kan een kleine hoeveelheid stress ervoor zorgen dat het gewonde weefsel actiever wordt, en daardoor meer minibollen produceert. Dit kan bijvoorbeeld door het toedienen van waterstofperoxide. De WUR gebruikt in het onderzoek echter ‘plasma activated water’: dit water is gedurende circa een uur actief, waarna een combinatie van water en stikstof overblijft.

Bij tulp gebeurt dat de vermeerdering net iets anders. Daar groeien bestaande groeipunten in de oksels uit tot minibollen. Dit proces heet ‘verklistering’. Een bol met vijf bolrokken heeft vijf groeipunten, maar slechts drie daarvan worden levensvatbare bollen. De WUR onderzoekt of het toedienen van een kleine hoeveelheid ethyleen ervoor zorgt dat de groei van alle groeipunten getriggerd wordt, en dus dat de tulp meer geschikte minibollen produceert.

De uitvoering van deze Publiek-Private Samenwerking ligt bij een consortium van dertien partners. Dit zijn: KAVB, Anthos, Wageningen University & Research (WUR), Hobaho, Kapiteyn, Prins, Iribov, stichting Dunamo, Agrifirm-GMN, BQ Support, Greenport Duin & Bollenstreek, Bollenacademie en Rabobank Nederland. Een korte toelichting over deze PPS vindt u op de www.vitaleteelt.nl bij Lopende projecten.

Misschien ook interessant