Leliejaar 2014: zorg om virusziekte

Leliejaar 2014: zorg om virusziekte

Datum: 11 februari 2015

De lelies zijn gerooid, oude partijen zijn verkocht. Het is tijd om de balans op te maken. Hobaho-intermediairs Rob Visser en Peter Nulkes blikken terug op het lelieseizoen 2014, dat werd gekenmerkt door grove bollen en zorgen om virusziekten.

Als Visser en Nulkes het lelieseizoen in vogelvlucht bekijken, dan kunnen zij enkele conclusies trekken die voor vrijwel de hele leliesector gelden. Zo hebben alle lelietakken een overwegend goed groeiseizoen gekend. Wel viel het beide intermediairs op dat de bollen meestal grover van vorm waren dan andere jaren. “Eerder bolmaat 18 of 20 dan 14 en 16”, stelt Nulkes. “De koelhuizen liggen nu weer vol en dat komt niet alleen door de aantallen maar vooral door de grote bolmaten,” voegt Visser toe.

Verder is de zorg om virusziekten als PlAMV en TVX steeds nadrukkelijker aanwezig bij teelt en handel en dat maakt het zaken doen niet eenvoudiger, zegt Visser. “Zorgeloos schubbollen en plantgoed verkopen - zoals vroeger - is voorgoed verleden tijd. Nu de virussen zo aanwezig zijn en we nog niet precies weten hoe het zich verspreidt, zijn kwekers terughoudend om schubbollen te kopen.”

Desondanks zijn beide intermediairs overwegend positief over de verkoopresultaten. Visser en Nulkes denken dat de lelietelers over het algemeen met een goed gevoel kunnen terugkijken op het jaar. Ook de verkoop op het zuidelijk halfrond is goed geweest. “Op de relatiedagen aan het begin van het jaar overheerste een positief gevoel”, concludeert Nulkes. “Dat geeft een goede indicatie.”

Voor die relatiedagen was de handel overigens grotendeels gedaan. De kerstdagen vormen een grens als het gaat om de verkoop van lelies en dan met name bij de Oriëntals, zegt Visser. Zijn ervaring is dat producten voor de kerst moeten zijn verkocht, want in de weken daarna valt de handel vrijwel stil. Afgelopen kerst bleek die grens keihard. De handel viel daarna behoorlijk stil.

 

Aziaten en LA’s

De oogst van Aziaten en LA’s verliep vrijwel normaal, met hier een daar een negatieve uitschieter als het gaat om de hoeveelheid, zegt Nulkes. De kwaliteit en gezondheid van de bollen is overwegend goed en geeft geen reden tot klagen. Noemenswaardige regionale verschillen deden zich hierbij niet voor.

De markt bleek gewillig, leggen de intermediairs uit. Restanten uit 2014 liepen op in prijs omdat broeiers en exporteurs hadden verwacht dat meer overgebleven partijen op de markt zouden komen. Dat bleek niet het geval met een prijsopdrijvend effect tot gevolg. Deze ontwikkeling betekende ook dat telers die wel konden leveren extra inkomsten wisten te genereren. Over het algemeen was de prijsvorming stabiel tot licht stijgend.

LA’s hebben sommige telers bij de oogst nog flink aan het werk gezet, zegt Visser. “Door het warme herfstweer moesten kwekers een tandje opschakelen om alle hectaren te rooien voor spruitvorming kan toeslaan.”

 

Oriëntals

Oriëntals lagen moeilijker in de markt. Het aanbod was flink, maar de vijf topcultivars raakten desondanks uitverkocht. Van de overige producten bleef veel over. Met een goede oogst in het vooruitzicht gaf dat gaandeweg het jaar behoorlijk wat prijsdruk. De kwaliteit van bollen die voor 1 januari zijn geleverd was goed, maar bij producten van na die datum kregen beide intermediairs een enkele keer reclame op schubrot. Visser en Nulkes adviseren telers om het assortiment goed tegen het licht te houden omdat de vraag per cultivar sterk verschilt.

De OT’s zijn een relatief nieuwe loot aan de lelielijn, maar dat bleek geen belemmering om de restanten van 2014 goed weg te zetten. Er was wat sprake van schaarste in de kleine bolmaten, mogelijk doordat veel telers de bollen lieten groeien tot grotere maten. 

facebook Deel op Facebook
twitter Plaats op Twitter
email Stuur link naar een vriend
printer Print deze pagina
‹ Terug naar overzicht